Het moment dat ik mezelf opnieuw moest leren aankijken
Ik had nooit gedacht dat ik zou huilen om haar. Niet een slechte knipbeurt, geen verkeerde kleur — maar écht verlies. Plukken in het doucheputje, haren op mijn kussen, mijn borstel vol terwijl ik nauwelijks iets deed. In het begin wuifde ik het weg. Stress, dacht ik. Hormonen. Het zal wel weer overgaan. Maar het werd erger. Subtiel, maar onmiskenbaar. Mijn haarlijn trok zich langzaam terug. En met elke lok die ik verloor, verloor ik ook een stukje controle.
Wat je haar is, besef je vaak pas als je het verliest. Het is zoveel meer dan dode cellen. Het is identiteit, vrouwelijkheid, een manier om jezelf te laten zien zonder woorden. Voor mij voelde het alsof mijn lichaam een geheim met me deelde dat ik nog niet wilde horen. Ik was op. Moe. Mijn reserves waren leeg. Maar ik wilde doorgaan. Moest doorgaan. Dus ik lachte, maakte een knot, stak het op — en hoopte dat niemand het zag.
Toch begon ik mezelf te ontwijken. Spiegels werden confronterend. Foto’s irritant. Ik ging letterlijk om mijn eigen beeld heen. Niet omdat ik ijdel was, maar omdat ik me niet meer herkende. Mijn haar — dat altijd een soort zekerheid was geweest — liet me los. Of was ik degene die te lang had vastgehouden?
Op een dag stond ik voor de spiegel en besloot ik mijn haar los te dragen, ondanks de lege plekken die steeds zichtbaarder werden. Ik voelde de angst in mijn borst, de schaamte opkomen, maar ik bleef staan. Het voelde als een kleine daad van moed. Misschien was het geen gevecht meer waard. Misschien was het tijd om te rouwen. Niet alleen om mijn haar, maar om alles wat ik vasthield terwijl mijn lichaam al zei: laat los.
Het gekke is: vanaf dat moment begon er iets te verschuiven. Ik ging zachter kijken. Naar mezelf, naar mijn lichaam, naar het proces dat ik onderging. Niet alles hoefde gefixt. Niet alles hoefde mooier. Soms moest het gewoon zijn. Verdrietig, rauw, eerlijk. En ergens in dat ongemak vond ik ook ruimte. Om opnieuw te kiezen wat schoonheid voor mij betekende.
Langzaam begon ik mijn uiterlijk niet langer te zien als bewijs van wie ik was, maar als een landschap dat voortdurend verandert. Haar groeit, valt uit, verandert van textuur, van kleur, van vorm. En misschien doet dat innerlijk ook. Misschien is haarverlies geen einde, maar een overgang. Een uitnodiging om opnieuw contact te maken. Niet met hoe je eruitziet, maar met wie je bent als alles even niet meewerkt.
Ik heb inmiddels geaccepteerd dat mijn haar nooit meer wordt zoals het was. Maar ik heb ook ontdekt dat ik dat zelf ook niet ben. En dat is oké. Want in het loslaten van wat was, kwam ruimte voor iets anders. Iets echts. Iets zachters. Iets dat me elke dag herinnert: je bent zoveel meer dan wat je verliest.







