Hoe ik stopte met vechten tegen mijn haar en begon met luisteren
Er was een lange periode waarin ik mijn krullen liever niet had gehad. Elke ochtend stond ik gewapend met stijltang, borstel en een flinke dosis frustratie voor de spiegel. Mijn doel? Glad, glanzend en “gecontroleerd” haar. Wat daaronder zat, was een verlangen om te passen in het plaatje waarvan ik dacht dat het van mij verwacht werd. Krullen waren onhandig, wild, weerbarstig — en dat was precies wat ik niet durfde te zijn.
Ik groeide op met het idee dat mooi haar steil was. In reclames, tijdschriften en zelfs in mijn eigen omgeving werd ‘gepolijst’ altijd als compliment gezien. Mijn haar, met z’n eigen wil en structuur, voelde als iets dat ik moest temmen. Dus dat deed ik. Elke dag. Soms twee keer per dag. De geur van verbrande punten, de doffe glans van chemische serums — het werd allemaal normaal. Maar ondertussen verloor ik langzaam het contact met mezelf.
Pas rond mijn twintigste kwam het besef dat ik niet alleen mijn haar aan het beschadigen was, maar ook mijn zelfbeeld. Mijn haar was breekbaar geworden, net als mijn vertrouwen. Ik zag in foto’s wel een gepolijste versie van mezelf, maar voelde geen connectie met die persoon. Het leek wel alsof ik aan de buitenkant iemand speelde, terwijl de echte ik daaronder wachtte tot ik haar zou toelaten.
De eerste keer dat ik mijn krullen gewoon liet drogen aan de lucht, voelde spannend en kwetsbaar. Alsof ik iets blootgaf dat ik jarenlang verstopt had. De textuur was onregelmatig, sommige plukken wisten nog niet wat ze moesten doen, maar er zat leven in. En emotie. Ik zag mezelf ineens niet als project, maar als proces. Iemand die onderweg was naar acceptatie.
Dat acceptatieproces was geen rechte lijn. Er waren dagen waarop ik weer naar de stijltang greep, uit angst om niet professioneel of verzorgd genoeg over te komen. Maar steeds vaker koos ik ervoor om mijn natuurlijke haar gewoon te laten zijn wat het is. Niet omdat het perfect was, maar omdat het écht was. En ergens begon ik die imperfectie mooi te vinden.
Inmiddels voelt mijn haar als een verlengde van mijn persoonlijkheid. De kronkels, de beweging, het grillige — het past bij me. Het laat zien dat ik niet in een hokje pas, dat ik ruimte inneem op mijn eigen manier. Mijn krullen herinneren me eraan dat zachtheid en kracht samen kunnen bestaan. Dat het oké is om niet altijd gladgestreken voor de dag te komen.
Zelfliefde begon voor mij niet met affirmaties of spiegeloefeningen, maar met het simpelweg durven dragen van mijn eigen haar. Met het omarmen van wat ik jarenlang verstopt heb. En nog steeds, op dagen dat ik twijfel, kijk ik naar mijn krullen en denk: jij bent precies goed zo. En dus ben ik dat ook.







